VOCAAL ENSEMBLE
DISTINTO
27 februari 2011: Muziek op zondagavond
aanvang 19.30 uur in de Sint Lambertuskerk te Rotterdam-Kralingen.
Inspirerende muziek om het weekend sereen mee af te sluiten.
Jesu, meine Freude van J.S. Bach.
Drie geestelijke madrigalen van J.H. Schein.
Uitvoerenden:
Vocaal Ensemble Distinto o.l.v. Johan Sonneveld
Orgel: Eric Koevoets
Cello: Roosmarij Cooiman
Op vrijdag 12 februari 2010: Concert in Sint-Lambertuskerk
te Rotterdam-Kralingen
Renaissancemuziek voor koor en blokfluit ![]()

Op vrijdag 12 februari a.s. verzorgt Vocaal Ensemble Distinto
o.l.v. Eric Koevoets een a capella programma met werken van Da Palestrina,
Des Prez en Di Lasso. Dit wordt afgewisseld met blokfluitmuziek uit dezelfde
periode door het blokfluittrio ‘Blaes-Tuigh’. Het concert vindt
plaats in de Sint Lambertuskerk te Rotterdam-Kralingen.
Een van de belangrijkste componisten voor de katholieke kerk in de 16e eeuw
was Giovanni Pierluigi da Palestrina. Hij was, net als twee eeuwen later
Bach voor de Barokmuziek, degene die de 16e eeuwse muziekstijl tot een absoluut
hoogtepunt leidde. In deze stijl heeft iedere koorstem een eigen melodische
lijn, waarbij de stemmen elkaar kunnen imiteren, ritmisch aanvullen of juist
contrasteren.
Bij Josquin Des Prez zijn ruim 100 jaar eerder hier al buitengewoon fraaie
voorbeelden van te vinden. Oralndo Di Lasso, de beroemde tijdgenoot van
Palestrina, legde zich meer toe op motetten dan op missen.
Op het programma staan van De Missa Brevis en het motet Sicut Cervus van
Da Palestrina, het motet Precatus est Moyses van De Lasso en Tu solus qui
facis mirabilia van Des Prez.
Blokfluittrio ‘Blaes-Tuigh’ is een professioneel ensemble, samengesteld
uit Sonja Gruys, Brechtje Roos en Hilde de Wolf. Blaestuigh was vroeger
een verzamelnaam voor alle muziekinstrumenten die door middel van de adem
tot klank werden gebracht. Hiertoe behoorden ook de blokfluiten. Deze worden
in alle soorten en maten door de musici van ‘Blaes-Tuigh’ bespeeld.
De Sint Lambertuskerk aan de Oostzeedijk-Beneden 1-3 te Rotterdam-Kralingen
opent haar deuren op vrijdag 12 februari a.s. om 19.30 uur en het concert
begint om 20.00 uur. Dit wordt mogelijk gemaakt door de stichting ‘Venster
op muziek in de Lambertus’. Alle concerten die zij aanbiedt zijn gratis
toegankelijk. Na afloop wordt een collecte gehouden om de kosten te dekken
en om de continuïteit van deze concerten te kunnen waarborgen.
Stichting Venster op muziek in de Lambertus
presenteerde op
20 februari 2009:
Vocaal Ensemble Distinto
St. Lambertuskerk, Rotterdam Kralingen,
Oostzeedijk 3
m.m.v. Michiel Meijer, bariton, Ton Kos, pianist
Dirigent en muzikale leiding: Eric Koevoets.
Met Bruckner en Liszt de passietijd in:
Koor a capella
A. Bruckner Locus
iste
Vexilla
regis prodeunt
Christus
factus est
Ton Kos, vleugel
J. Brahms Intermezzo
opus 117 nr. 2 in bes
Koor, Michiel Meijer, Ton Kos
F. Liszt Via
Crucis
Toegang: € 10,00
Kerk open vanaf 19.45 uur
Koffie en thee na afloop van het concert om ca. 21.30 uur
Kaarten te bestellen bij Monique Tonino (zie colofon)
In het programma staat de ‘Via Crucis’ van Liszt centraal. Het
is een aangrijpende kruisweg voor koor, bas en piano, die uitgevoerd wordt
door Vocaal Ensemble Distinto. Met dit werk zal Distinto voor het eerst
in Rotterdam te horen zijn. De Via Crucis is de verklanking door Liszt van
de veertien kruiswegstaties die het lijden van Christus tot onderwerp hebben.
Het werk kenmerkt zich door soberheid en indringendheid. Qua vormgeving
en stijl is het voor de tijd, waarin het werk gecomponeerd is (1878, de
romantiek) baanbrekend en onconventioneel. Liszt zocht een weg van verinnerlijking
op muzikaal gebied, maar ook in religieus opzicht.
Naast de ‘Via Crucis’ passen de drie grote lijdensmotetten van
Anton Bruckner, ‘Christus factus est’, ‘Locus iste’
en ‘Vexilla Regis prodeunt’ zeer goed in dit programma. Ook
deze werken worden gekenmerkt door diezelfde verinnerlijking als de ‘Via
Crucis’.
uitgebreide programmatoelichting
Twee componisten in dit programma zijn Anton
Bruckner (1824-1896) en Franz Liszt (1811-1886). Twee zeer verschillende
persoonlijkheden in een zelfde tijdperk, de Romantiek.
Liszt, van geboorte Hongaar, is een uiterst succesvolle en intellectuele
man van de wereld, met een grote literaire kennis en belangstelling. In
heel veel muziek van hem is die literaire belangstelling evident en wordt
ze tot een bepalend element in zijn werk.
Bruckner daarentegen, is een eenvoudige Oostenrijker, afkomstig uit Ansfelden,
een dorpje in de buurt van Linz, wiens monumentale symfonieën jarenlang
onderwerp van scherpe kritiek waren en pas heel laat tijdens zijn leven
enige erkenning kregen.
Over Bruckner Hoewel het symfonische oeuvre van Bruckner geldt als absolute
muziek met een uiterst hechte architectuur, zonder verdere bewust aangebrachte
buitenmuzikale noties, wordt vaak zijn werk door veel luisteraars en commentatoren
in verband gebracht met een diep religieus besef en een dienovereenkomstige
beleving van de natuur. Als Oostenrijker, opgegroeid tussen de bergen, componeert
hij in zijn symfonieën vergezichten waarin, aldus velen, het ruige
en monumentale van de bergen gecombineerd wordt met veel lyrische, zangrijke
momenten die dan doen denken aan het lieflijke van het landschap. Het is
dan ook muziek van grote, abrupte contrasten. Kenmerkend voor hem is dat
hij zijn Negende Symfonie in d (de laatste) opdraagt aan ‘dem lieben
Gott’. Zonder te willen doen aan inlegkunde, mag, denk ik, toch wel
gezegd worden dat in zijn muziek een sens du mystère, oprecht en
spontaan, te voelen is. Naast die negen grote symfonieën componeerde
Bruckner ook veel kerkmuziek.
Dat is niet verwonderlijk omdat hij al jong met de liturgie en muziek van
de R.K.Kerk vertrouwd was. Hij was een zeer groot en beroemd organist en
bekleedde functies in Sankt Florian en aan de Kathedraal van Linz. De monumentaliteit
van deze grote kerken en hun dienovereenkomstige akoestische werking zullen
hem zeker hebben geïnspireerd. De contrastwerking tussen monumentaliteit
en verstilling, zoals hier al met betrekking tot zijn symfonisch oeuvre
beschreven, kom je ook overal in zijn kerkmuzikale werk tegen. Grote vervoering
en stille devotie. Voor het Feest van Kerkwijding schreef hij in 1868 Locus
iste. Opvallend is dat in het beginthema melodische verwantschap te bespeuren
is met het ‘pelgrimsthema’ uit de operaTannhaüser van Wagner
(Bruckner bewonderde hem zeer). Typerend voor de componist zijn de plechtige
stijgende exclamaties op ‘in aestimabile sacramentum’. Het tweede
motet, Vexilla regis uit 1892, is gecomponeerd voor de liturgie van Goede
Vrijdag. U hoort in dit stuk drie strofen van deze hymne, telkens gezet
op de zelfde muziek waarin ver van elkaar gelegen toonsoorten elkaar zeer
mooi opvolgen. Als derde motet hoort u het Christus factus est uit 1885.
Deze tekst behoort tot de liturgie van Palmzondag en Witte Donderdag. Bijzonder
mooi is hoe in het begin, waarin gezongen wordt over Christus’ gehoorzaamheid
(‘obediens’) tot aan de dood aan het kruis, vooral dalende tendensen
in de muziek te horen zijn. Het werk heeft als hoofdtoonsoort d-mineur.
Daarom is het zo indringend dat bij ‘mortem autem crucis’ (de
dood aan het kruis) de muziek moduleert naar Des-groot, een heel verafgelegen
toonsoort. Het is een moment van stille eerbied. Vanaf ‘propter quod
et Deus’ wordt bezongen in plechtige exclamaties (zoals hierboven
al beschreven bij Locus iste) dat Christus door God wordt verheven. Vanaf
dat moment overheersen stijgende tendensen in de muziek. Hóe verheven
de naam van Christus boven alle andere namen is laat Bruckner horen in de
uitvoerige uitwerking, polyfoon en homofoon, verstild en groots, van de
zinsnede ‘quod est super omne nomen’. Over Liszt Naast de drie
Brucknermotetten staat een werk geprogrammeerd dat qua vormgeving en stijl
zeer onconventioneel en baanbrekend genoemd mag worden: Via Crucis (Kruisweg)
van Liszt. Liszt, in zijn tijd bij het grote publiek beroemd als geniaal
pianist en componist van grootse, virtuoze muziek, was op zoek naar nieuwe
muzikale wegen, waarbij hij vooral in zijn latere jaren in zijn composities
een steeds grotere soberheid nastreefde. Het was een weg van verinnerlijking,
op muzikaal gebied, maar ook in religieus opzicht. Deze man die heel muzikaal
Europa aan zijn voeten kreeg en een zeer tot de verbeelding sprekend leven
leidde, ontving in zijn latere jaren de lagere wijdingen van de R.K. Kerk
en werd Abbé genoemd.
In deze context past ook de Via Crucis. Al in de zestiger jaren van de 19e
eeuw liep hij rond met de plannen voor het componeren van een muzikale Kruisweg.
Uiteindelijk duurde het tot het najaar van 1878 eer hij kwam tot de realisatie
ervan. Van dit werk zijn vier verschillende versies in omloop:
1. vocaal: koor, met soli, orgel (harmonium) of piano
2. orgelsolo
3. pianosolo
4. piano vierhandig
Uiteraard hoort u vanavond, de eerste, vocale versie, waarbij gekozen is
voor de piano als begeleidend instrument. Een aantal delen zijn overigens
voor pianosolo.
Liszt baseert zich op de Kruisweg zoals deze in de R.K. Kerk op Goede Vrijdag
wordt gehouden. In de Kruisweg trekken de gelovigen langs de veertien kruiswegstaties
die langs de muren van hun kerk zijn afgebeeld, bijvoorbeeld in schilderijen
of houtsnijwerk. Bij elke statie wordt gebeden, gemediteerd en gezongen.
Liszt volgt in zijn compositie nauwgezet het verloop van de veertien staties
en laat de veertien delen voorafgaan door een proloog.
Voor wat betreft de tekstkeuze bedient de componist zich van diverse bronnen,
nl. twee Latijnse hymnen en twee Duitse kerkliederen. Hij gebruikt van deze
gezangen niet alleen de tekst maar ook de melodie. Het Vexilla Regis is
van Venantius Fortunatis (+ 530-609), het Stabat Mater wordt toegeschreven
aan Jacopone da Todi (+ 1228-1306). De tekst van O Haupt voll Blut und Wunden
is van de hand van Paul Gerhardt (1607-1676) naar een latijnse hymne van
Arnulf von Löwen (+ 1200-1250) en is gezet op een melodie van Hans
Leo Hassler (1564-1612). De dichter van O Traurigkeit, o Herzeleid is Friedrich
Spee (1591-1635). De melodie van dit lied verscheen voor het eerst in 1628
in Mainz. Naast deze gezangen horen we in meerdere staties diverse bijbelcitaten,
bijvoorbeeld in de 12 statie (Jezus sterft aan het kruis): Consummatum est
(Het is volbracht). Zoals gezegd is het werk in muzikaal opzicht baanbrekend.
Liszt was met dit werk zijn tijd zo’n dertig, veertig jaar vooruit.
Veel componisten uit de 19e eeuw zochten naar een manier om de grenzen van
de tonaliteit te verleggen. Eenvoudig gezegd, in alle muziek tot dan toe
stond steeds een toon als basis en centraal punt van een toonsoort centraal.
Binnen een compositie die ook altijd een bepaald hoofdtoonsoort heeft wordt
afgewisseld met andere toonsoorten, maar de hoofdtoonsoort heeft altijd
het overwicht met daarbinnen een grondtoon als basis en centrum. In de loop
van de 19e eeuw zocht men, Wagner, de schoonzoon van Liszt voorop, naar
manieren om van die veilige basis weg te komen. De muziek werd vaak steeds
chromatischer, waardoor steeds minder duidelijk werd wat en waar de basis
was. In Liszt’s Via Crucis is dit ook het geval, zelfs zo dat deze
muziek naast raakvlakken met Wagner (in het bijzonder diens opera Parsifal)
vooruitwijst naar waar de hierboven geschetste ontwikkeling op zal uitlopen:
de twaalftoonsmuziek zoals geïnitieerd door de Weense componist Arnold
Schönberg (1874-1951). In deze twaalftoonsmuziek is er geen centrale
toon meer, maar zijn alle twaalf tonen binnen het octaaf even belangrijk.
Dit verleent de muziek een zwevend gevoel, zoals de Nederlandse dirigent
en pianist Reinbert de Leeuw in een interview het mooi formuleert: “…er
werd een niemandsland ontgonnen waarin noten een nieuwe verhouding met elkaar
kunnen aangaan.”
Dit ‘niemandsland’ is al vaak voelbaar en hoorbaar in de muziek
van de Via Crucis. Naast meer traditioneel klinkende delen is er vaak in
harmonisch en melodisch opzicht veel te beluisteren wat vervreemdend en
zoekend klinkt, zonder een oplossing te vinden, in dit geval ook passend
bij de uitzichtloosheid van de kruisweg die Jezus moest ondergaan. Zoals
gezegd, Liszt was zijn tijd ver vooruit met dit werk. Men dacht dat hij
gek was geworden en de uitgever weigerde het werk in zijn fonds op te nemen.
Het paste ook niet bij het imago van de componist die zoveel overweldigende
muziek op zijn naam had staan. De Via Crucis is sober, ontdaan van alle
uiterlijkheden en maant tot inkeer en concentratie.
Heden ten dage mag het werk zich verheugen in een groeiende belangstelling.
Tussen de composities van Bruckner en Liszt staat geprogrammeerd het Intermezzo
in bes mineur opus 117, nr. 2 van Johannes Brahms (1833-1897) voor piano.
Het is een lyrisch, melancholiek stuk, gecomponeerd in 1892, het zelfde
jaar waarin Bruckner het Vexilla regis componeerde. Eric Koevoets
BESCHRIJVING
Vocaal Ensemble Distinto is een projectkoor onder leiding van Eric Koevoets.
Het koor is in 2002 opgericht voor het eerste project: het eindexamen koordirectie
van Eric Koevoets.
Het koor werkt op projectbasis. Dit betekent dat voor elk concert zangers
worden uitgenodigd, waarna in gemiddeld 8 à 9 repetities het concert
wordt voorbereid. Op deze repetities is grote aandacht voor uitvoeringspraktijk,
voordracht en techniek. Het instuderen van de noten is door de zangers zelf
al gedaan. Het koor kent een vaste kern van ca 15 zangers. De gemiddelde bezetting
per project is ongeveer 22 zangers.
De organisatie van de projecten is in handen van de Stichting Vocaal Ensemble
Distinto te Dordrecht. Meer informatie bij Monique Tonino, voorzitter van
deze stichting. Zie colofon rechtsboven.
ARCHIEF
De
voorgaande projecten van Vocaal Ensemble Distinto hebben geleid tot cd-opname
voor eigen gebruik.
Teksten en toelichtingen zijn op deze site te lezen.
Heeft u vragen of wilt u een kopie van een opname, richt u zich dan tot Monique
Tonino - zie het colofon.
Reeds uitgevoerde projecten
(op twee projectnamen kunt u kikken voor toegang
| 17 maart 2006 St. Antoniuskerk Dordrecht |
Weinachts Oratorium van J.S. Bach, 3 december 2004 St. Antoniuskerk
Dordrecht
Uitgevoerd zijn de cantates 1, 2, 3 en 6
'Als de ziele luistert' 13 maart 2004 St. Antoniuskerk Dordrecht
m.m.v.
Nelleke Duiser, alt
Anton Doornhein, orgel
Programma:
Toccata Hendrik Andriessen (1892-1981)
Super Omnia, alt, koor en orgel Albert de Klerk (1917-1998)
* Super omnia
* Quia tu, Domine Deus meus
* Atque ideo
* O mi dilectissime Iesu Christe
* Quid habet ultra
'Die Nacht ist kommen' 28 juni 2003 St. Antoniuskerk Dordrecht
m.m.v. Nelleke Duiser, alt
Johan Sonneveld, orgel
Melinda Miguel Andres, violoncello
Programma:
Herr, auf dich traue ich SWV 377 Heinrich Schütz (1585-1672)
Motet: Jesu meine Freude BWV 227 Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Praeludium et Fuga C-dur BWV 547, orgel Johann Sebastian Bach
Mitten wir im Leben sind. Op. 23.3 Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847)
Introduktion und Passacaglia d-moll, orgel Max Reger (1873-1916)
Gebet, alt en orgel Hugo Wolf (1860-1902)/ Max Reger
Trauergesang. Op. 116 Felix Mendelssohn-Bartholdy
Abendlied. Op. 69.3 Joseph Rheinberger (1839-1901)
Nachtlied. Op. 138.3 Max Reger
Matthäus Passion van Joh.Seb. Bach
17 maart 2006 St.
Antoniuskerk Dordrecht
Solisten:
Jan van Elsacker, evangelist
Henk Neven, Christuspartij
Jenny Haisma, sopraan
Mieke van Laren, alt
Arco Mandemaker, tenor
Michiel Meijer, bas
Jeugdkoor Young Voices o.l.v. Wiecher Mandemaker
Randstedelijk Begeleidingsorkest
Toegang: € 24,00
Voorverkoop, CJP, Pas 65+: € 20,00
Jongerenkaartjes (tot 20 jaar) € 5,00 (maximaal 100 kaartjes beschikbaar)
CKV-project: tegen 1 CKV-bon zijn jongeren welkom op de generale repetitie,
donderdag 16 maart 19.30 uur, om het eerste deel in de kerk te beluisteren
en krijgen na de pauze in een zaal uitleg met muziekfragmenten over de verschillen
in uitvoering door verschillende dirigenten van dit werk. Reserveringen:
Monique Tonino, zie colofon in de linkermarge.
RECENSIE
Een evenwichtige Mattheus met dramatische
accenten
AD De Dordtenaar maandag 20 maart 2006
Ger van der Tang
Dordrecht
Wat een onvoorstelbaar rijk werk. Die gedachte zal bij velen zijn opgekomen
die in de St. Antoniuskerk de uitvoering hebben bijgewoond van Bachs Mattheus
Passion door Vocaal Ensemble Distinto, het Interkerkelijk Jeugdkoor Young
Voices, RBO Sinfonia en een zestal solisten.
Onder leiding van Eric Koevoets, die zijn eerste ‘Mattheus’ dirigeerde,
kwamen vrijdagavond alle facetten van dit magistrale werk - de diepe religiositeit,
de schoonheid van de muziek, maar ook de dramatiek - tot hun recht.
Koevoets’ directie straalt rust uit en streven naar evenwicht. Maar
met aandacht voor de spanningsmomenten in de partituur. Een voorbeeld zijn
de passages waarin Christus door de evangelist ten tonele wordt gevoerd. Zo
ook het recitatief in nr. 18, dat eindigt met ‘Da sprach Jezus zu ihnen’.
Even is het volkomen stil. En dan komt het: de ontroerende, door een geladen
strijkers-continuo gesteunde frase ‘Meine Seele ist betrübt bis
an den tod’. Een beklemmend, fascinerend effect.
Ook voor Distinto was het de eerste Mattheus. Versterkt met een twintigtal
gastzangers en in enkele koren bijgestaan door een alert zingend Young Voices
kwam het ensemble tot een prima prestatie.
Opvallend was de felle, maar gecontroleerde dynamiek in dramatische scènes
zoals Jezus’ proces (‘Er ist des Todes schuldig!’ en ‘Weissage
uns Christus’). In het openingskoor waren de topnoten bij de sopranen
nogal onscherp, maar gaandeweg verdween dit euvel. Het slotkoor ‘Wir
setzen uns mit Tränen nieder’ was meer dan prachtig.
Dan de solisten. Jan van Elsacker was als de evangelist een ideale verteller
van het lijdensverhaal. Hoogst muzikaal en expressief, maar nergens gechargeerd.
En perfect verstaanbaar tot in de uithoeken van de kerk.
De sopraan Jenny Haisma kende wat intonatieproblemen, maar liet een mooi lyrisch,
door fluit en hobo schitterend begeleid ‘Aus Liebe’ horen.
Naast haar de mezzo Mieke van Laren, die excelleerde met een ontroerend, naturel
gezongen ‘Erbarme dich’ en met een sterk recitatief ‘Ach
Golgotha, unsel’ges Golgotha!’.
De jonge bariton Henk Neven was een vocaal en qua présence indrukwekkende
Christus. Ook de bas Michiel Meijer kweet zich in zijn aria’s en in
de rollen van Petrus, Kaiphas en Pontius Pilatus voortreffelijk van zijn taak,
al was de passage naar het hoge register niet steeds vlekkeloos. En Arco Mademaker
tekende voor krachtige, én welluidende zang in de tenoraria’s.
Voortreffelijk was het aandeel van Johan Sonneveld op orgel-continuo. En dat
van RBO Sinfonia, voorheen het Randstedelijk Begeleidings Orkest, waaruit
tal van fraaie soli opklonken, zoals van de viola da gamba-speler Johannes
Boer in de tenor-aria ‘Mein Jesus schweigt’.
Koevoets en Distinto kunnen terugzien op een waardig Mattheus-debuut.
.



